Het gereglementeerde spaarboekje, en het eraan gekoppelde gunstregime, behoren tot de Belgische fiscale folklore.
Interesten, die op een dergelijk spaarboekje worden verdiend zijn traditioneel vrijgesteld van de roerende voorheffing tot op een jaarlijks grensbedrag aan interesten van 1.880 Euro per persoon. Boven dat bedrag is er roerende voorheffing verschuldigd, maar dit aan een gunsttarief van 15%. Dit heeft het spaarboekje als beleggingsvorm in België jarenlang de wind in de zeilen gegeven en het spaarboekje is uitgegroeid tot het symbool bij uitstek voor de kleine spaarder.
In theorie wint de vrijstelling de laatste jaren zelfs nog aan belang, gezien het tarief van de roerende voorheffing op interesten aan een sneltempo werd verhoogd van een redelijke 15% naar een stilaan beklemmende 30%.
Toch is het spaarboekje niet vrij van forse kritiek, en dit om diverse redenen:
Om voor de vrijstelling in aanmerking te komen moeten spaardeposito’s voldoen aan een hele reeks wettelijke voorwaarden, waaronder onder meer:
Oorspronkelijk werd de vrijstelling enkel verleend voor interesten van spaardeposito’s, aangehouden bij in België gevestigde kredietinstellingen. Deze interne Belgische beperking werd met succes aangevochten op basis van het Europees recht. Zo beslisten het Europese Hof van Justitie op 6 juni 2013 deze beperking Belgische spaarders ontmoedigde om hun geld in andere Europese lidstaten te beleggen en derhalve in strijd is met het vrij dienstenverkeer.
Als gevolg van deze beslissing werd een klein jaar later het fiscaal stelsel van het spaarboekje (i.e. “gereglementeerde spaardeposito’s”) uitgebreid naar spaardeposito’s bij kredietinstellingen in andere lidstaten van de EER.
Jammer genoeg was de reële impact van deze wetswijzing nog steeds erg beperkt, niet in het minst omdat de wetgeving bijzonder strikt wordt geïnterpreteerd door de Belgische fiscale Administratie. Het probleem zit hierin dat de vrijstelling enkel verleend wordt indien de spaardeposito’s voldoen aan alle voorwaarden (of aan analoge voorwaarden), die in het Belgisch fiscaal recht gelden.
Belgische financiële instellingen hebben hiermee traditioneel geen probleem, gezien zij hun producten al lang aan de Belgische wetgeving hebben aangepast. Buitenlandse spaarproducten, daarentegen, zijn logischerwijze niet op een Belgische fiscale leest geschoeid en komen normalerwijze niet in aanmerking voor de vrijstelling. In het buitenland beleggende spaarders bleven dan ook op hun honger zitten en werden door de Belgische belastingcontroleurs, hierin ook nog eens gevolgd door de rechters, teruggefloten zodra zij de vrijstelling op buitenlandse spaardeposito’s trachtten toe te passen.
Dit alles heeft geleid tot een nieuwe episode van geschillen. Zo kwam recent een zaak voor de rechtbank van eerste aanleg van Brugge. De rechtbank stelde een prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie om na te gaan of de Belgische wetgeving geen belemmering vormt voor buitenlandse dienstverrichters om hun diensten aan te bieden binnen België.
Het Hof erkent dat de wettelijke regels gelden voor alle dienstverrichters, ongeacht de staat waar deze gevestigd zijn. Desalniettemin kan er zich toch nog een beperking voordoen van het vrij verkeer van diensten wanneer een fiscaal voordeel wordt voorbehouden aan gebruikers van diensten mits voldaan wordt aan voorwaarden, die eigen zijn aan de nationale markt van een bepaalde lidstaat.
Zo wordt de toegang tot het voordeel de facto ontzegd aan gebruikers van soortgelijke diensten in andere lidstaten, die niet voldoen aan de bijzondere voorwaarden, eigen aan de nationale markt van de betreffende lidstaat. Hierdoor wordt ook de marktoegang tot deze lidstaat bemoeilijkt.
Het Hof stelt vast dat er in andere Europese lidstaten geen enkele regeling voor spaardeposito’s bestaat, die voldoet aan de Belgische wettelijke voorwaarden voor de fiscale vrijstelling. Inwoners van België worden er op die manier van weerhouden om spaarrekeningen te openen bij banken in andere lidstaten of om spaartegoeden over te brengen naar een buitenlandse financiële instelling.
Het Europees Hof concludeert dan ook dat de Belgische wetgeving (nog steeds) een verboden belemmering van het vrij verkeer van diensten vormt.
Zoals gebruikelijk heeft België getracht deze belemmeringen in stand te houden door rechtvaardigingsgronden in te roepen. Nationale maatregelen, die de Europese vrijheden belemmeren zijn immers toegelaten indien ze een gerechtvaardigd doel van algemeen belang nastreven, passend zijn om de realisatie van dat doel te waarborgen en niet verder gaan dan noodzakelijk om het nagestreefde doel te realiseren.
Zo voerde de Belgische Staat aan dat de wetgeving bijdraagt aan de bescherming van de consument door hem de mogelijkheid te bieden om over beschermde, stabiele, voldoende en risicoloze spaartegoeden te kunnen beschikken om grote of onvoorziene uitgaven te kunnen dekken. Volgens het Hof kan de bescherming van de consument in theorie inderdaad een rechtvaardingsgrond vormen voor een beperking van de vrijheid van dienstverlening. De specifieke Belgische voorwaarden voor het vrijgestelde spaarboekje zijn echter volgens het Hof niet noodzakelijk voor de realisatie van de beoogde bescherming van de consument. Dit argument werd dan ook niet weerhouden door de rechters als een afdoende rechtvaardigingsgrond.
Het Hof legt de eindverantwoordelijkheid om te beoordelen of de vrijheid van het dienstenverkeer in het voorliggende dossier concreet is aangetast uiteindelijk terug bij de feitenrechter (de rechtbank te Brugge), maar stelt wel dat het argument van de bescherming van de consument niet kan ingeroepen worden als rechtvaardigingsgrond.
Hoewel de discussie voor de rechtscolleges nog niet tot zijn einde gekomen is, worden er in de rechtsleer toch enige verwachtingen geuit dat de Belgische wetgeving de Europese test uiteindelijk niet zal doorstaan. Dit kan leiden tot een verdere hervorming van de fiscale regeling van de spaarboekjes, ofwel door het aanpassen van de vrijstellingsvoorwaarden voor de inkomsten uit spaarboekjes ofwel door het reduceren of zelfs afschaffen van de hele vrijstellingsregeling. Dit biedt meteen de gelegenheid om het spaarboekje in algemene zin nader te bekijken en om ook aan andere kritieken op dit spaarproduct tegemoet te komen.
- de spaardeposito’s mogen geen vaste overeengekomen termijn of opzeggingstermijn hebben
- de opvragingsmogelijkheden zijn beperkt
- de vergoeding voor het spaargeld mag enkel bestaan uit een bepaalde basisrente en een getrouwheidspremie
- het bevoordelen van deze vorm van beleggen in vergelijking tot andere beleggingsvormen leidt niet meteen tot een aantrekkelijk resultaat voor de belegger, wegens de huidige lage rendementen op een spaarboekje. Het stimuleren van beleggers om zich tot dit soort spaarproducten te richten is dan ook voor hen binnen de huidige economische context niet productief en de spaarder verliest de facto koopkracht door op deze manier zijn geld te beleggen. Ook voor de financiële instellingen (en voor de economie in het algemeen) vormt het spaarboekje niet echt een meerwaarde in vergelijking tot heel wat andere beleggingsvormen.
- het spaarboekje is erg fraudegevoelig. Zo deinsden Belgische spaarders er in het verleden niet voor terug om bij verschillende kredietinstellingen spaarboekjes te openen om op die manier en op brutale wijze het plafond van 1.880 Euro te omzeilen. Hoewel hier vaak kritiek op werd geuit en ondanks de steeds maar toenemende trend naar het ontmoedigen van fiscale fraude, heeft de Administratie steeds verzaakt aan het uitwerken van passende maatregelen om spaarboekjesfraude in te dijken. Waarom deze vorm van fiscale fraude gedoogd wordt blijft een raadsel.
- de Belgische fiscaliteit heeft traditioneel allerhande fiscale voordelen beperkt tot zuiver Belgische situaties. Ook het voordeel van het spaarboekje bleef steeds beperkt tot transacties binnen België. Deze voorkeursbehandeling voor zuiver interne Belgische aangelegenheden kwam reeds vaak in aanvaring met de Europese beginselen van het vrij verkeer. Het is op dit vlak dat België tot op de dag van vandaag een hardnekkig fiscaal achterhoede gevecht levert.